Regeling gebruik merktekens bij Judowedstrijden in Nederland

Artikel 1 – Algemeen

Het is toegestaan om tijdens wedstrijden in Nederland op het judo-gi reclame te dragen. De reclame-rechten zijn eigendom van de Judo Bond Nederland. Ieder jaar vóór 1 juli besluit het bondsbestuur of zij de rechten beschikbaar stelt aan de verenigingen, sportscholen en andere rechtspersonen en de individuele sporters.

Artikel 2 – Vrijgeven van ruimte voor reclame

Als de JBN besluit de reclame mogelijkheden vrij te geven wordt op een door het bondsbestuur vast te stellen wijze licentie verleend aan individuele deelnemers, alsmede aan aangesloten sportscholen, verenigingen of andere rechtspersonen.

Artikel 3 – Procedure

1. De juiste toepassing van de bepalingen uit deze regeling worden door de organisatie van een evenement gecontroleerd.

2. Een deelnemer mag alleen in een volgens de regels van dit reglement uitgevoerde judo-gi dan wel in een judo-gi uitsluitend met merktekens vrij van licentie verschijnen.

3. Leden van een team mogen alleen in een volgens de regels van dit reglement uitgevoerde judo-gi dan wel in een judo-gi uitsluitend met merktekens vrij van licentie verschijnen. Alle deelnemers van een team dienen in uiterlijk identieke judo-gi op de mat te verschijnen.

Artikel 4 – Merktekens vrij van licentie

De volgende merktekens, zoals beschreven in het Judo wedstrijdreglement, mogen vrij van licentie op de judo-gi worden aangebracht:
a. Nationale olympische afkorting (op de achterzijde van de jas) met letters 11 centimeter groot.
b. Nationaal embleem (op de linkerborst van de jas). Maximaal 100 vierkante centimeter.
c. Fabrieksnaam (aan de onderzijde vooraan op de jas, aan de onderzijde vooraan van
de linkerbroekspijp en aan één einde van de band). Maximaal 20 vierkante centimeter.
d. Het is toegestaan om de fabrieksnaam op één van de mouwen te plaatsen in plaats van aan de onderzijde vooraan op de jas, echter niet groter dan 25 x 5 centimeter. Officiële IJF-leveranciers mogen het IJF-logo direct boven hun fabrieksnaam plaatsen.
e. De behaalde plaats (1e, 2e of 3e) op Olympische Spelen of wereldkampioenschappen aan de onderzijde links vooraan van de jas, met een afmeting van 6 x 10 centimeter.
f. De naam van de deelnemer mag op de band, onder aan de voorkant van de jas en boven aan de voorkant van de broek gedragen worden, echter niet groter dan 3 x 10 centimeter. De naam of afkorting van de deelnemer mag ook gedragen worden (gedrukt of geborduurd) aan de achterkant van de jas boven de nationale olympische afkorting, maar in geen geval op een plaats waarbij de tegenstander gehinderd zou worden bij het grijpen van de rug van de jas. De afmeting van de letters is maximaal 7 centimeter hoog en 30 centimeter lang. Deze rechthoek van 7 x 30 centimeter moet 3 centimeter onder de kraag van de jas zitten, terwijl het rugembleem hier weer 4 centimeter onder zit. (NB: Bij IJF-evenementen en Olympische Spelen wordt de naam aangegeven in de maat van 30 x 40 centimeter.

Artikel 5 – Gebieden onder licentie

Op basis van de licentie zijn de volgende gebieden op de judo-gi beschikbaar voor gebruik door sporter, vereniging, sportschool of andere rechtspersoon:
a. Een strook van 10 centimeter breed en vanaf de kraag 25 centimeter lang op de beide schouders
b. Op de linkerarm een vlak van 10 bij 10 centimeter aansluitend aan A
c. Op de rechterarm een vlak van 10 bij 10 centimeter aansluitend aan A
d. Een strook van 10 cm breed over de gehele lengte en aan de buitenzijde van beide broekspijpen

Artikel 6 – Ruimte op de rug

De ruimte op de rug is voorbehouden voor gebruik door de JBN. Indien de JBN bij een wedstrijdactiviteit een (rug)reclame-uiting verstrekt, is het dragen hiervan verplicht. In andere gevallen kan de wedstrijdorganisatie een rugembleem beschikbaar stellen. Indien geen rugembleem wordt verstrekt, is de ruimte beschikbaar voor de deelnemer.

Artikel 7 – Eisen aan de merktekens

1. Alle merktekens moeten zijn bedrukt of gestikt. In het laatste geval dient het merkteke rondom te zijn vast gestikt en moet deze van stof zijn. Het merkteken mag geen plastic, rubber of soortgelijke stoffen bevatten.

2. In de gebieden A, B, C en D mag alleen het logo of beeldmerk, de naam en een enkelvoudige productaanduiding worden opgenomen.

3. De gebieden B en C zijn vrij qua inhoud vorm en kleurstelling.

4. De gebieden A en D dienen gelijk te zijn in kleurstelling, waarbij naast de kleur van de ondergrond maximaal twee kleuren zijn toegestaan.

5. Er mag maar één lettertype en lettergrootte in de gebieden A en D worden gebruikt.

6. De gebieden A en D dienen links en rechts gelijk, gespiegeld of gedraaid te zijn.